GESCHIEDENIS

Geschiedenis van de Droomvijver

In een krantenbericht van het Limburgs Dagblad van 26 januari 1960 is te lezen dat op de jaarvergadering van de hengelsportvereniging in hotel Amiciti aan de Markt in Hoensbroek, voorzitter Hilgers vol gepaste trots aankondigt dat op Hemelvaartsdag 26 mei 1960 de eerste viswedstrijd, het clubkampioenschap van ”Haal Op”, op de Droomvijver gehouden wordt 3 dagen voor de officiele opening op zondag 29 mei.De droom van de heren Hilgers en Kepers is een feit, de Droomvijver is werkelijkheid geworden! Maar daar is dan al een heel traject aan voorafgegaan.In het viswaterarme gebied van de oostelijke Mijnstreek pakken een paar enthousiast aanvoering van animator de heer F.Hilgers en de vissers zich samen en richten in december 1952 in Hoensbroek de hengelsportvereniging ”Haal Op” op. Hengelaars moeten in die jaren echter  naar het Julianakanaal of de Maas reizen om een hengeltje uit te gooien, hier in de buurt is nergens een behoorlijk viswater. Rond de diverse kastelen vind je een aantal, meestal verwaarloosde grachten, die echter in particulier bezit zijn, waar geen visstandbeheer is en meestal ook alleen maar illegaal gevist kan worden. Meer keuze voor een “stekkie” heeft een visser in onze contreien niet. Mede door de komst van vele “Hollandse” arbeiders die door de Staatsmijnen naar het zuiden gelokt worden, groeit de vereniging constant en telt per 1 januari 1960 al 341 leden, waaronder 61 jeugdleden onder de 18 jaar. Vermeldenswaard is dat de heer Hein van Bentem, die zich in november 1958 meldde als lid van “Haal Op”, tevens als honderdduizendste lid van de AHB hengelaarsbond werd ingeschreven Na een bezoek aan de aangelegde visvijver Meerhoven van Philips in Eindhoven,in de zomer van 1956, borrelen de ideeën op om in de Mijnstreek ook een eigen grote visvijver aan te leggen. Voorzitter Frans Hilgers laat zijn oog vallen op het braakliggende terrein tegenover het kasteel Hoensbroek, waar voorheen de voetbalvereniging SVHoensbroek speelde en die dit altijd te natte voetbalveld in 1953 verruilde voor het sportpark aan de Terveurdtweg. Door zijn functie bij de Staatsmijn Emma, chef-portier, heeft hij goede connecties bij de mijn en weet hij al snel de directie te overtuigen van zijn ideeom aan de Klinkertstraat een visvijver aan te leggen. Een plek waar de mijnwerkers lekker dichtbij huis, omringd door groen, een paar uur kunnen ontspannen op een visstekje in de frisse buitenlucht. Met de steun van de Staatsmijnen in de rug krijgt hij al snel toestemming van de eigenaar van dit 8 hectare grote grondstuk, de stichting Ave Rex Christe, om hier een visvijver te creëren. Er wordt een stichting in het leven geroepen, waarin de gemeente Hoensbroek, de Staatsmijnen, Ave Rex Christe en de hengelvereniging “Haal Op” zitting nemen.Naast de steun van de Staatsmijnen, die de diensten van hun Grondbeheeren Plantkundige Dienst ter beschikking stellen wordt in samenwerking met de Heidemaatschappij een plan opgesteld dat voorziet in een visvijver van 6hectare met een oeverlengte van ruim 1500 meter, waarvoor 60.000 m3 grond verzet moet worden.De kosten worden door de Heidemaatschappij geraamd op fl. 165.000,-Na aftrek van diverse Rijkssubsidies, plus een royale bijdrage van het Fonds voor Sociale Instellingen van de Staatsmijnen en een gift van Ave Rex Christe dient ”Haal Op” in dit plan 10.000 gulden zelf op tafel te leggen en hoopt men het project in de nazomer van 1959 op te kunnen leveren. De hengelclub zet dan van alles op touw om dit bedrag te verzamelen. Via de Algemene Hengelaars Bond worden alle landelijke hengelverenigingen opgeroepen om een steentje bij te dragen aan de realisatie van de Droomvijver (deze naam is bedacht door de secretaris dhr. Kepers).Hier in de Mijnstreek start de actie Glück Auf, die de mijnwerkers oproept een bijdrage te storten. Mede dankzij de giften van de Hoensbroekse middenstand en een gulle gave van zowel de RK Vereniging voor Mijnbeambten als de RK Mijnwerkers Bond zijn de benodigde 10.000 gulden op 15 december 1958 binnen.Op 24 juli 1959 werd door burgemeester Martin en voorzitter Hilgers op feestelijke wijze de eerste spade in de grond gestoken en kon de firma Coumans-Schepers starten met het uitbaggeren van de vijver.Het natte terrein werd niet helemaal uitgediept, er werd slechts een gracht om het helegebied gegraven. Met de grond die men uit die “ringgracht” baggerde creëerde men de wal rond de vijver waarop nu de vissers hun hengels uitwerpen. Als de vijver t.z.t. volgelopen is met het rijkelijk aanwezige grondwater, zal de plas buiten de uitgediepte gracht ruim een meter diep zijn. Medio februari 1960 zal de eerste vis in de Droomvijver uitgezet worden. Maar liefst 2800 pond voorn (5600 stuks) waarvan minimaal 15% brasem.Hiernaast zal de OVB, de Organisatie ter Verbetering van de Binnenwatervisstand, zorg dragen voor een behoorlijk kwantum karpers en jonge snoek en aal, een geschenk t.w.v. ruim 4000 gulden. Ook mag men t.z.t. de kasteelvijver “afvissen”. Dit elektrisch afvissen levert maar liefst 5875 vissen op die alle naar de overkant van de straat verhuizen. Zoals in de aanhef vermeld wordt op zondag 29 mei 1960 de Droomvijver geopend. In die eerste jaren is het een druktevan belang.De viswedstrijden worden druk bezocht. Als je niet tijdig inschrijft vis je naast het net. Het ledenaantal stijgt in die jaren tot bijna 800 en Haal Op is dan de grootste vereniging van Hoensbroek.In die beginjaren wordt er ook een of tweemaal per jaar een grote partij forel uitgezet. Na een paar dagen (de forel moet even wennen en uitzwermen) mag er dan tegen betaling op forel gevist worden. Een eclatant succes. In drommen staan de vissers op zaterdagmorgen te dringen om een plaatsje en binnen een paar dagen is alle uitgezette forel gevangen en gebakken.Ook de weergoden zijn hun gunstig gezind. In 1963 en ’64 heerst Koning Winter en is het een drukte van belang op het ijs van de Droomvijver. De Limburgse kampioenschappen schaatsen worden er georganiseerd en we hebben in die jaren zowaar plaatselijke favorieten op het ijs, zoals Jos Raaymakers en André de Jong, deze laatste wordt in 1963 Limburgs kampioen. André de Jong rijdt in dat jaar zelfs de Elfstedentocht uit en eindigt deze bijzonder barre toer van 1963 tussen de wedstrijdschaatsers. Het schaatsen brengt zoveel geld in het laadje dat er een lichtinstallatie met 8 masten wordt geïnstalleerd zodat men ook ’s avonds een baantje kan trekken. Een andere wens, een eigen kantine bij de vijver, wordt met veel inzet van de eigen leden in 1967 gerealiseerd. Initiatiefnemer dhr. Hilgers is dan al geen voorzitter meer. Hij wordt opgevolgd door de heer Wensink, die deze kantine in de zomer van 1967 opent.Tussendoor zijn er nog concrete plannen geweest voor een tweede visvijver  bij de Kathagermolen, maar dat ging uiteindelijk niet door.De hengelvereniging was tevens actief met het organiseren van een dagje kabeljauwvissen op zee of naar de Oosterschelde en de hengelwedstrijden om het Staatsmijnenkampioenschap waren ook een jaarlijks terugkerend evenement, dat veel hengelaars naar de Droomvijver trok. De Limburgse hengelkampioenschappen, de viswedstrijden tussen het personeel van Philips en de Staatsmijnen, het waren allemaal evenementen die in de Droomvijver ”uitgevist” werden. Nu vissen de leden van Haal Op in een rustiger viswater. Er zijn in de loop der jaren veel meer ontspanningsmogelijkheden gekomen en we zijn mobieler geworden.

Font Resize